Analyseren van elke training op de computer
Het enige wat ik hoef te doen, is na de training alle gegevens naar de computer overzetten met de bijgeleverde
infrarood USB interface en het bijgeleverde softwarepakket.
Dit softwarepakket levert een pak bruikbare informatie op. Als je zoals ik een lactaattest achter de rug hebt, dan kan je alles precies in hartslagzone's indelen.
De computer vertelt je dan hoeveel en wanneer je in elke zone traint. Ideaal voor je trainingsprogramma!
interpretatie van Arthur van Rhee: 2x intervaltraining
Arthur van Rhee is mijn broer. Hij is regent lichamelijke opvoeding
en traint/trainde zichzelf
en anderen in verschillende sporttakken. Momenteel begeleidt hij mij ook bij trainingen. Arthur: "In de
eerste figuur hieronder is een
training op wedstrijdniveau gebeurd. Een interval training is eigenlijk geen wedstrijdniveau rijden, maar zware inspanning afgewisseld met een herstelfase.
De herstelfase gebeurt tijdens een inspanning die ligt tussen 60% en 70%
van de maximale inspanning. De maximale
inspanning is een inspanning die je één keer kunt, zoals gewichtheffers een maximum gewicht 1x kunnen heffen.
Dit is niet noodzakelijk de inspanning bij maximale hartslag. De tweede training (in de 2de figuur) is wel intervaltraining,
alhoewel het niet uit de hartslag te bepalen is of het niveau van 150-155 hartslagen
per minuut de juiste herstalfase is." Uitleg bij de figuur:
HF = hartfrequentie en hsm = hartslagen per minuut. De gekleurde zones zijn mijn (Jan Roel)
persoonlijke trainingszones, vastgesteld in een lactaattest. Rood is de zone boven mijn omslagpunt.
Arthur: "Voor de jeugd is het al even belangrijk om zich niet telkens
leeg te rijden op elke training. Alles wat je voor je 20ste doet, bepaalt immers wat je vanaf dan kunt als (top)sporter:
als je veel conditie opbouwt voor je 20ste, dan is dat een goede basis voor daarna. Maar als je bij elke training je leegrijdt
en dus alles constant afbreekt, dan kan het zijn
dat je op je bijvoorbeeld op je 16de of 18de jaar niets hebt: geen conditie én geen weerstand".
Conclusie: zonder lactaattest, zonder meting met de Polarsoftware,
en zonder begeleiding,
loop ik het risico van te hard/te zacht te trainen in functie van mijn trainingsopbouw, en ik loop zelfs het risico om af te breken wat
ik ervoor heb opgebouwd. Arthur: "Natuurlijk is 10 minuten voluit gaan geen probleem, maar
niet telkens opnieuw hele trainingsessies lang.
Helaas zijn er momenteel nog niet echt veel wetenschappelijk uitgewerkte voorbeelden ter beschikking van een doeltreffende
individuele opbouw bij skeeleren, omdat de sport nog jong is. De meeste trainers, coaches en atleten zijn volop
bezig met (goed!) experimenteren en leren, anderen gebruiken dan weer opbouwschema's van een andere sport.
Bij andere sporten, zoals bijvoorbeeld wielrennen, is
er wel heel wat wetenschappelijke meetdata ter beschikking, wat het natuurlijk gemakkelijker maakt, maar minder avontuurlijk en
uitdagend. Bij skeeleren kan nog echt pionierswerk worden verricht!"
Er is natuurlijk nog meer
nodig om de sportdoelstellingen te halen: passie voor de sport,
doorzettingsvermogen, veel trainingstijd, taktiek, techniek, ... Dus elke skeeleratleet
heeft nog een bijzonder fijne uitdaging voor zich!
Avast veel succes met je eigen training!
17 februari 2008
Arthur en Jan Roel
|